SCHAPENDOES


Kort historisch overzicht  -  Raspunten Nederlandse Schapendoes

 

De schapendoes  is een heel oud ras.

Dit las ik in De Nederlandse Schapendoes,

Leest u mee in de: "hondenwereld” van 16 febr. 1957, waarin een schapendoesfokker A.Oosthoek verslag doet van een ontmoeting met een schaapskudde.

Het is zomer 1920 . Plaats van handeling: de Noord-Veluwe.  Het is niet direct de kudde en zijn scheper die Oosthoeks aandacht vragen. Nee, een van de honden, daar is het hem om te doen: de kleine, een donkergrijs hondje met lichtgekleurde voorbenen en een bijna witte kuif was een en al actie.

Gewoonweg onvermoeibaar! De bewegingen van het dier trokken aldra mijn aandacht. Ik genoot van die prachtige gang, waarbij direct opviel dat hij bij het lopen eigenlijk geen overtollige beweging maakte: echt kracht sparen, zuinig zijn met zijn energie. Ook vielen de soepelheid en de grote wendbaarheid sterk op. 

Het eigenlijke werk, het drijven, deed hij met zijn schouders. Was een schaap al te wispelturig, dan stootte hij met zijn neus in de flank van het schaap en de zaak marcheerde weer dat het een lust was.

“Dat is nou een schapendoes”,  vertelde de herder me, “en mijn grootvader, die ook een kudde had, had net zo’n hondje. Hij zag er net zo uit en werken dat ie deed!” vervolgde de man.

Zo, dacht ik bij mijzelf, als jouw grootvader net zo’n schapendoes had, dan kon dit hondje wel eens al een kleine eeuw geleefd hebben, want ik schatte mijn vriend, de schaapherder, toch gauw een jaar of zestig.

Naar boven
 



 

De Nederlandse Schapendoes

Kort historisch overzicht.

Het is aan de heer P.M.C. Toepoel te danken dat de Nederlandse Schapendoes recht van bestaan heeft gekregen. Aanvankelijk werkzaam als leraar in verdedigingsporten en publicist op dit gebied, stortte “Toepoel´” zich geheel op de kynologie. Hij vocht tegen alle onrecht het dier aangedaan en was een groot voorvechter voor het behoud van rassen. Hij vocht tegen overdrijving van de rassen, tegen couperen, tegen alles wat hem niet zinde en daarbij ontzag hij niets en niemand. Maar als er ergens een residu van een mogelijk ras te vinden was, Toepoel wist het en zette zich ervoor in,o.a. de Drentse Patrijshond, de Friese rassen, het Kooikerhondje en natuurlijk de Nederlandse Schapendoes. Zijn Hondenencyclopedie, het standaardwerk voor iedere liefhebber en kenner van een rashond, is zijn meesterwerk.

Na de tweede wereldoorlog is men met de wederopbouw van de Nederlandse (toen nog “Hollandse”) schapendoes  begonnen  Dat was moeilijker dan bij de Drentse en Friese rassen. Deze waren in arme streken bewaard gebleven en voerden weinig vreemd bloed, maar de Schapendoes was over heel Nederland verspreid geweest  waar heidevelden en schaapskudden waren. Hij was nooit in handen van welgestelde mensen, zoals bij menig jachtras. Hij had geen felle kleuren, waardoor hij weinig werd geschilderd. De herder maakte alle jongen die niet donker waren af. Hij was dan ook meestal donker met soms een lichte aftekening, soms met wat bruin ertussen. De meeste eigenaren hadden ook niet in de gaten, dat zij een echte rashond hadden, die al eeuwen voor het hoeden van vee  werd gebruikt. Wel werd hij alom geprezen om zijn onvermoeibare werklust en zijn intelligentie.

Hij behoort tot de groep langharige herdershonden met behaarde snuit. Hij is o.a. verwant aan de Bearded Collie, de Puli, de Owczarek Nizinny, de Bobtail, de Briard, de Bergamasco en de Duitse Schafpudel.

De kynoloog P.M.C. Toepoel is de grondlegger van het ras. In de tweede wereldoorlog wist hij de belangstelling voor het ras te wekken. Tussen 1940 en 1945 werd gezocht naar exemplaren van de bijna verdwenen Schapendoes en er werden er gevonden.

1945 serieuze opbouw van het ras.

1947 oprichting de ‘Vereniging de Nederlandse Schapendoes’.

1952 voorlopige erkenning door de Raad van Beheer.

1954 raspunten werden vastgesteld en werd begonnen met het bijhouden van het stamboek.

1960 opname in Bijlage C van de Raad van Beheer mogelijk.

1971 sluiting van bijlage C en de definitieve erkenning. Daarna is alleen nog gefokt met ingeschreven honden.

De Nederlandse schapendoes is een herdershond die gebruikt werd en soms nog gebruikt wordt bij het hoeden van een schaapskudde. Daar de terreinen voornamelijk zijn gelegen in de ruige, verwilderde gedeelten van ons land, is het nodig dat de schapendoes beschikt over een groot uithoudingsvermogen, wendbaarheid en snelheid.

Kracht en springerigheid heeft hij daarbij nodig, alsmede de schranderheid om zelfstandig te kunnen optreden. Hij moet een herdershond zijn in geest, lichaam en zintuigen.

Naar boven
 



Raspunten voor de Nederlandse Schapendoes


Algemene verschijning
De Nederlandse schapendoes is een lichtgebouwde, langharige hond met een hoogte van 40 – 50 cm. In zijn bewegingen is hij verend en licht; hij is een opmerkelijk springer.

Temperament
Vrolijk, enthousiast, vriendelijk en temperamentvol.

Hoofd en schedel
De overvloedige beharing doet het hoofd groter, vooral breder en in de schedel veel dieper schijnen dan het is. De schedel is bijna plat, heeft een matige groef en sterke wenkbrauwbogen. De schedel is vrij breed ten opzichte van de lengte. De breedte van de schedel is iets groter dan de afstand tussen de stop en het einde van de achterhoofdsknobbel. De snuit is korter dan de afstand tussen de stop en het einde van de achterhoofdsknobbel. De neuslijn ligt iets lager dan de schedellijn en de stop verloopt geleidelijk. Sterk uitspringende jukbeenderen. De snuit versmalt weinig, blijft diep en eindigt breed en ietwat rond. Van opzij gezien moet bij gesloten mond de onderkaak duidelijk te zien zijn.

Ogen
De ogen zijn vrij groot, rond en liggen normaal in de oogkassen. Ze zijn meer voor in het hoofd dan opzij geplaatst. De kleur is bruin, mag niet de indruk wekken zwart te zijn. Het oogwit mag alleen bij sterk opzij kijken zichtbaar worden. De uitdrukking is vrijmoedig, eerlijk en levendig.
Vorm, kleur en uitdrukking zijn karakteristiek voor dit ras.

Gebit
Het gebit is normaal ontwikkeld en scharend.

Oren
Deze zijn vrij hoog aangezet, niet groot, niet vlezig en hangen los langs, maar niet tegen het hoofd. Ze zijn lang behaard en beweeglijk, maar mogen nooit boven de schedellijn uitkomen.

Hals
Het hoofd wordt door een krachtige en droge hals hoog gedragen.

Romp
De schapendoes is iets langer dan hoog. Het geraamte is licht, buigzaam en veerkrachtig. De ribben zijn matig tot goed gewelfd en lopen ver door naar achteren. De borst is diep, de buiklijn niet sterk opgetrokken. De ruglijn toont een welving in de lendenen, die sterk gespierd zijn.

Voorhand
De voorbenen zijn recht en licht van bot. De voorhand moet goede hoekingen en voorborst tonen. De voormiddenvoet is veerkrachtig.

Achterhand
Goed hellend bekken. De achterbenen zijn in de sprong matig gebogen en goed gespierd. De hakken zijn laag.

Voeten
De voeten zijn tamelijk groot en veerkrachtig, ze hebben een brede ovaalvorm. De tenen zijn aaneengesloten. De kussens zijn dik en verend, met ruim haar ertussen. De hubertusklauw is toegestaan.

Staart
De staart is lang, goed behaard en gevederd. De staartdracht is voor dit ras kenmerkend. Bij rust hangt hij neer. Bij de draf wordt de staart vrij hoog gedragen en beweegt gebogen duidelijk heen en weer. Bij galop strekt hij zich waterpas. In sprong dient de staart onmiskenbaar tot roer. Bij aandacht is de staart soms sterk geheven. De staart mag nooit stijf over de rug gedragen worden.

Beharing
De schapendoes heeft een dichte vacht met voldoende onderhaar. De beharing is lang, minstens 7 cm. op de achterhand. De haren zijn niet streng recht, maar golven iets. Uitgesproken krulhaar is niet toegestaan. De haren groeien dicht opeen, zijn dun en droog, vooral niet zijdeachtig. De vacht heeft de neiging waar deze lang is in plukjes van elkaar te staan, waardoor de schapendoes vooral achter een grote omvang krijgt. De schapendoes heeft een geduchte kuif, snor en baard.

Kleur
Alle kleuren zijn toegestaan. Bij voorkeur echter blauwgrijs tot zwart

Gang
Omdat de schapendoes bij het werk meer galoppeert dan draaft, moet het gangwerk licht en verend zijn, zonder enige overbodigheid. Hij moet goed kunnen springen en snel kunnen wenden.

Toelichting: Het nauwer gaan bij snellere gang – kenmerkend voor deze werkhond – wil zeggen dat de voeten meer naar het midden geplaatst worden, dus rechter- en linkervoet naar elkaar toe. Het zuinige lopen zit  hem in het niet onnodig oplichten van voeten en dergelijke.

Schofthoogte
Voor teven van 40 tot 47 cm.
Voor reuen van 43 tot 50 cm.

Diskwalificerende fouten
Een schapendoes die zich in de ring bang en/of vals toont, wordt van plaatsing of kwalificatie uitgesloten

Fouten
Elke afwijking van voorgaande raspunten dient als fout te worden beschouwd. De wijze waarop deze wordt aangerekend moet nauwkeurig worden afgemeten aan de mate waarin de fout aanwezig is.

Noot
Beide testikels moeten in het scrotum zijn ingedaald.
F.C.I.-Standaard nr. 313 voor de Nederlandse schapendoes

Oorsprong
Nederland

Karakteristieken
De schapendoes is een normaal en evenredig gebouwde herdershond met een levendig, alert en moedig karakter. Hij is schrander en waaks. Voor zijn eigen mensen toont hij grote innigheid en trouw.  

Naar boven

 

Terug naar beginpagina